CONCERTRECENSIE: Lily’s Déjà Vu pareltje in improvisatielandschap

Lily’s Déjà Vu. Paradox Tilburg, 2 oktober ’13

door: Rinus vander Heijden (Jazzenzo)

En alwéér is er een pareltje toegevoegd aan het Nederlandse improvisatiemuzieklandschap. Vrijwel uit het niets is daar een kwartet met de intrigerende naam Lily’s Déjà Vu, dat na slechts twee optredens plus een cd (!) nu bezig is aan een tournee van zes concerten. Twee Argentijnen, een Duits-Amerikaanse en een Nederlander spelen de plooien uit je broek.

 

Gitarist Guillermo Celano, tenorsaxofoniste Ingrid Laubrock, basgitarist Jasper Stadhouders en slagwerker Marcos Baggiani lopen als individuen al langer mee. Alle vier wortelen ze in de traditie van vrije improvisatie, maar ze doen veel meer dan dat. Hun speelwijze is als de kringloop van de natuur: licht-donker, wind-windstilte, zon-regen. Maar bovenal als de adem van de mens: in en uit, onverstoorbaar met lak aan tijd en plaats. Dat maakt de muziek van Lily’s Déjà Vu tot een uiterst zeldzaam levend fenomeen.

‘Geteisterd’ door andere verplichtingen, moest de recensent de eerste, korte set van het concert laten schieten. Maar de tweede, lange, maakte alles goed. De afzonderlijke speelcapaciteiten manifesteerden zich vanaf de eerste noten, maar het was die ene stap verder die van Lily’s Déjà Vu een aspecifiek ensemble maakt.

Ingehouden

Zo was er een stuk dat begon met een lang gitaarintro, waarin Guillermo Celano via een subtiele klankopbouw naar ingehouden uitspattingen toewerkte. De tenorsaxofoon breide er nadien gefaseerde passages aan vast. Het slagwerk van Marcos Baggiani liep aanvankelijk bescheiden mee, maar nam weldra de aangevende rol over om in waar beulswerk te eindigen.

 

Als in een ander stuk de tenorsaxofoon en gitaar bijna zingend een duet opbouwden, aaide de basgitaar van Jasper Stadhouders daar afwisselend hard en zacht overheen. Die basgitaar nam toch een uitzonderlijke positie in binnen het kwartet. Jasper Stadhouders is van huis uit girarist, maar sinds drie jaar gordt hij steeds vaker de basgitaar om. Naar eigen zeggen “omdat er niet zoveel basgitaristen zijn.”

Zijn spel op dit instrument is even intrigerend als op de elektrische gitaar. En dat komt binnen Lily’s Déjà Vu wel heel goed uit. Want zoals hij over een walking bass kan beschikken, doet saxofoniste Ingrid Laubrock dat over een speaking sax. Waarmee beiden het al zoveel decennia bekende jazzgeluid scherp aan de orde stellen.

Nog een mooi een-tweetje van tenorsaxofoon en gitaar. Terwijl zij een nieuw gesprek aangingen, voerden slagwerk en basgitaar een fraai staaltje polyritmiek op. In het laatste stuk vóór de toegift bleek Lily’s Déjà Vu ook niet bang voor detonatie. De gitarist op zijn hurken op de vloer om zijn knoppen- en pedalenhuishouding ontregelend onder handen te nemen; de basgitarist zijn instrument op de vloer plaatsend en het bewerkend met een strijkstok. Laat maar piepen, kraken en krassen, zag je hen denken. En ondertussen worstelde Ingrid Laubrock vrolijk met lucht en atonale beren op de weg.

Verwonderlijk

En natúúrlijk kwam alles goed. Maar zeg nou zelf, is dat niet verwonderlijk voor zo’n pril gezelschap?

 

Geef een reactie